Blijf van mijn lijf

Tot mijn trouwste bewonderaars behoren in ieder geval mijn drie grote broers. Zelfs nu ik niet meer zo hagelnieuw ben, mag ik elke dag rekenen op hun onverdeelde aandacht. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Even negeren ze de televisie als ik na een goede nachtrust beneden arriveer in de armen van mijn moeder of vader. Dan kussen ze me op mijn hoofd, trekken aan mijn armpjes en tetteren mooie liedjes of lieve woordjes in mijn oor.

Mijn grootste broer Pim snapt gelukkig dat ik nog maar een klein meisje ben. Hij noemt me dan ook altijd popje. Dat heeft hij trouwens geleerd van de kraamhulp. Die noemde mij ook altijd zo. Hij helpt mijn vader of moeder vaak bij het verschonen. Vooral crème smeren op mijn zere billen vindt hij erg leuk. Heel teder aait hij mijn hoofdje en geeft hij een kusje op mijn wang; hij weet tenminste hoe een dame behandeld moet worden.

Mijn middelste broer Guus heeft daarentegen weinig tot geen notie van de geldende omgangsnormen. Hij trekt bijna mijn arm uit te kom als ik lig te genieten van mijn fles. Dat is best wel uitgekookt van hem. Mijn ouders kunnen hem dan namelijk niet meteen straffen voor zijn wandaden. Ook schreeuwt hij graag in mijn oren. Ik hanteer zelf wel een lik-op-stuk beleid door keihard te gaan huilen. Meestal is Guus dan snel verdwenen.

Mijn jongste grote broer Bas is een echt plaaggeestje. Ik vermoed dat hij mij als levende pop beschouwt. Hij duwt de fles in mijn mond, trekt mijn sokjes uit en steekt zijn vingertje in mijn neus, ogen of oren. Als hij een grote snotterbel heeft, veegt hij die bij voorkeur aan mijn haartjes af. Ook legt hij graag zijn armpjes stevig om mijn nekje heen. Zijn intenties heb ik nog niet weten te achterhalen. Tot die tijd blijf ik te goeder trouw.

Scroll naar boven