Besmettingsgevaar

Ondanks de aanwezigheid van drie broers ben ik echt een meisje. Vroeg in de ochtend sta ik voor de kledingkast. Mijn moeder toont mij een aantal outfits. Minutenlang denk ik na over dit groot dilemma; kies ik de roze of blauwe tule rok? Uiteindelijk ga ik voor een spijkerrokje en een blouse met rode kriebeltjes. Bij nader aanzien is het toch niet wat ik zoek. Ik wil graag een ander exemplaar. Mijn moeder zucht. Mijn oudste broer loopt langs ons en trekt willekeurig een broek en T-shirt uit de kast.

Een tiental minuten later zit ik – inmiddels aangekleed – aan tafel. Mijn moeder smeert boterhammen voor ons en de broodtrommel. Dan vallen we aan. Opeens laat Guus een scheet. Mijn broers liggen haast dubbel van het lachen. Mijn ouders kan het niet bekoren zo onder etenstijd. Op uitdrukkelijk verzoek van mijn vader biedt mijn broer zijn excuses aan. Dan laat hij een grote boer. Nu is het feest compleet. Op verzoek wekt hij nog een paar op. Het levert hem een staande ovatie op en een draai om zijn oren.

Een andere zeer geliefde activiteit van mijn broers is het bezigen van scheldwoorden. Wederom is Guus de ongekroonde koning. Hij heeft een aardig vocabulaire opgebouwd tijdens zijn kleuterjaren. Dat bestaat uit de meest gangbare verwensingen en natuurlijke de p-woorden die gerelateerd zijn aan activiteiten die normaliter op het toilet plaatsvinden. Mijn jongste broer bezigt daarentegen door hemzelf gefabriceerde scheldwoorden. Geen mens weet wat hij bedoelt. Toch lacht iedereen.

Een zeer bijzondere band hebben mijn broers met hun geslachtsdeel. Het ding is een soort van nationale trots, een kroonjuweel. Vaak laten de jongens spontaan hun broek zakken of toveren hem te voorschijn boven de zoom van hun broek. Mijn moeder is dan des duivels. Ze maakt bij wijze van waarschuwing knipbewegingen met haar vingers. Mijn broertjes doen er nog schepje bovenop door te doen alsof ze plassen. Dan rennen ze gillend weg. Buiten in de zandbak is het ding onderwerp van gesprek.

De volgende ochtend helpt mijn moeder mij in mijn frambooskleurige jurk. Met uiterste voorzichtigheid haalt ze vervolgens de borstel door mijn haar. Ik ben een plaatje. Opeens laat ik een grote boer. Mijn moeder kijkt zuur. Ik terg haar nog meer door woorden te uiten die een dame niet waardig zijn. Dan laat ik ook nog een scheet. Mijn moeder controleert mijn onderbroek op vervuiling. Zonder gene krab ik aan mijn edel deel. Nu is mijn moeder boos. Onterecht, vind ik, want waar ik mee omga, raak ik door besmet.

Scroll naar boven