In mijn vrije uurtjes knutsel ik graag. Mijn moeder beschikt over een groot assortiment stiften, potloden en stempels. Voor aanvang ontdoet ze me standaard van mijn shirtje of jurkje. Dan gris ik een stapel stiften uit de knutseldoos. Over mijn linkerarm trek ik een diep rode streep. De paarse stift test ik eerst op mijn onderhemd. Dan beweeg ik ‘m op en neer over mijn wang. Tenslotte pak ik de stempeldoos. Nog geen twee minuten later zijn mijn wangen en armen rijkelijk versierd. Trots show ik mijn meesterwerk.
In de boekenkast staat nog een knutseldoos. Daarin bewaart mijn moeder spullen voor de gevorderde kunstenaar. Sjablonen, gekleurd papier en stapels stickervellen behoren tot de collectie. Zodra mijn moeder even uit het zicht is, sla ik mijn slag. Aandachtig bekijk ik het rose vel met tekenfilmfiguren als Belle, Assepoester en Sneeuwwitje. Ik peuter ze een voor een los. Eerst test ik een paar op papier. De rest van de collectie plak ik op mijn linkerwang. Ook op mijn haar en neus blijven ze prima zitten.
Zo heel af en toe tovert mijn moeder de flessen met verf tevoorschijn. Dan is het pas echt feest! Voor de gelegenheid ontdoet mijn moeder mij van al mijn kleding. Koud heb ik het toch nooit, behalve als ik mijn broertjes van en naar school moet brengen. Ik pak een kwast en doop die achtereenvolgens in rood, groen, blauw en geel. Het hoopje witte verf is door mijn toedoen niet zo heel erg wit meer. Eerst schilder ik op papier. Daarna fungeert mijn lichaam als canvas. Al snel zie ik uit als een ontplofte verfbom.
Voor het betere werk wend ik mij tot oma T. Zij beschikt over een breed assortiment aan verfraaiende middelen. Mijn oma is niet van het halve werk. Eerst knipt ze mijn nageltjes. Daarna gaan ze strak in de lak. Mijn wangen voorziet mijn oma van blush. Ze rommelt in een van haar laatjes en tovert een penseel tevoorschijn. Ik sluit mijn ogen voorbeeldig. Tot slot steekt ze mijn haar keurig op. Trots wandel ik langs mijn broers die als zoutzakken voor de televisie liggen. Niemand toont waardering, niemand fluit mij na.
Mijn oma staat inmiddels in de keuken te koken. Stilletjes loop ik langs haar heen. Haar make-up tasje gris ik van de eettafel en ik nestel me voor de spiegel in de aangrenzende kamer. Wellicht hebben mijn broers helemaal niets kunnen zien. Mijn oma is namelijk niet erg royaal met de oogschaduw. Ik neem de eye liner ter hand. Dikke zwarte strepen trek ik over mijn gezicht. Tevreden show ik mijn kunstwerk. Mijn broers rollen van het lachen pardoes van de bank af. Laat ze maar, over kunst valt niet te twisten.
