Friemelmiep

Het is een regenachtige zaterdagmiddag. Mijn broers en ik zitten aan de speeltafel. Mijn moeder heeft voor ons een heel lego-dorp nagebouwd. Bas rijdt met zijn brandweerauto door de straten en produceert alle daarbij horende geluiden. Ik zit op de grote stoel en kijk naar het tafereel. Dan ga ik verder met mijn eigen activiteit. In mijn ene hand houd ik een poppetje vast. Met de andere zoek ik accessoires uit. Ik vind een mooi rood petje en probeer deze op het hoofd van het poppetje te krijgen.

Ik heb genoeg van de lego en roep mijn moeder bij me. Ze haalt me van de stoel. Met een noodgang kruip ik naar de boekenkast. Ik trek mezelf omhoog en zoek tussen de boeken naar een mooi en interssant exemplaar. Vervolgens laat ik me op mijn billen vallen. Ik blader door het boekje heen en bekijk de plaatjes. Mijn moeder komt naast me zitten en neemt me op schoot. Ze leest de teksten aan me voor. Dan slaat ze per ongeluk een bladzijde over. Snel blader ik terug; ik wil echt geen enkel woord missen.

Het is tijd om weer in beweging te komen. Aan de hand van mijn moeder wandel ik naar mijn winkeltje. Als een volleerd caissière sla ik op de toetsen van de kassa. De winkel oogt nogal rommelig. Ik moet even orde op zaken stellen; ik sorteer alle artikelen en zet ze op de planken. De potjes met kruiden en specerijen sluit ik af met de betreffende deksels. Stiekum neem ik een hapje van het koekje. Het smaakt jammer genoeg wel erg plastic. Ik ga op mijn stoeltje zitten en wacht geduldig op het winkelend publiek.

Ik laat me voorzichtig weer op mijn billen zakken en beweeg me op mijn knieën voort. Op het grote zitkussen wachten mijn poppen op hun mama. Ze krijgen allemaal een aai over de bol en een smakkerd van mij. Dan neem ik het exemplaar met de grote strik op haar hoofd ter hand. Ik probeer haar duimpje in haar mond te krijgen. Tevergeefs. Het floept er net zo snel weer uit. Het is frustrerend maar ik blijf het proberen. Tenslotte geef ik het op. Ik ga naast haar liggen en steek mijn eigen duim in de mond.

Inmiddels zit mijn jongste broer aan de salontafel te spelen. Hij heeft een prachtige brandweerkazerne waar hij met poppetjes en accessoires heldhaftige verhalen naspeelt. Ik wil heel graag mee doen. Dat mag helaas niet van Bas. Hij gilt als een speenvarken als ik aan zijn spullen kom. Mijn moeder kent mijn verlangen. Binnenkort krijg ik een mooi poppenhuis met toebehoren. Het staat al bij mijn oom thuis te wachten. We hoeven alleen nog de rit naar het zuiden te maken. Dan kan ik echt de hele dag friemelen.

Scroll naar boven