Knip

De dokter bromt. Ik kruip dichter tegen mijn moeder aan. Dan pakt hij een kleine tang. Nu ik toch rustig zit, kan hij zo het buisje uit mijn oren vissen. Het ligt al een tijdje niet meer op zijn plek. De goede dokter heeft echter tot nu toe geen zin gehad om voor dit doeleinde alleen te opereren. Mijn moeder draait mij 180 graden. Ook het buisje in mijn andere oor heeft de dokter snel te pakken. Mijn broertjes en ik mogen het ding, zo groot als een halve hagelslag, even bewonderen. Dan verdwijnt het in de vuilnisbak.

Lang zonder hulpmiddelen kan ik niet blijven. De dokter legt mijn moeder het keuzemenu voor. Veel uitleg hoeft hij niet te geven. Met mijn middelste broer heeft ze al een soortgelijk traject doorlopen. Mijn moeder opteert dan ook voor het verwijderen van mijn neusamandel. Ze is het gesnotter meer dan zat. Overdag loopt ze met een grote handdoek achter mij aan om al het snot weg te poetsen. ’s Nachts houd ik mijn ouders wakker met mijn gesnurk en gehuil vanwege de pijn in mijn oren. Mijn nood is dus groot.

Vanochtend vroeg moet ik mij melden in het ziekenhuis. Het bevalt me hier wel. Ik mag in de huiskamer naar hartenlust spelen. Van de zuster krijg ik een mooi wit hemd met beestjes erop. Na enig speurwerk vind ik daar zelfs mijn favoriete dier tussen. Enthousiast begin ik te mauwen als een echte poes. Alleen het bandje om mijn arm vind ik niets. Het had iets minder van plastic en iets meer roze mogen zijn. Dan tilt mijn moeder me op. Mijn vader geeft me een zoen. Kennelijk gaan we nog ergens anders heen.

In een kleine ruimte kleedt mijn moeder zich om; in het blauwe pak ziet ze net uit als een smurf. Toch gaat mijn aandacht vooral uit naar het gekke ding op haar hoofd. Ze heeft een paar lokken vergeten, wijs ik haar terecht. Dan mogen we weer verkassen naar een andere kamer. Mijn moeder legt me op een tafel. Van allerlei kanten duiken er mensen zowat op me. Ik onderga het theater gelaten en kijk ondertussen mijn ogen uit. Dan krijg ik iets op mijn neus en mond. Nog geen twee minuten later slaap ik.

Huilend ontwaak ik uit mijn roes. Ik heb pijn in mijn mond en bovendien zit mijn shirt onder het bloed. De zuster probeert mijn gezicht schoon te maken met een waslap. Boos sla ik haar hand weg. Ze tilt me uit bed en wiegt me. Boos trap ik met mijn beentjes. De andere zuster haalt mijn moeder erbij. In haar armen brul ik als een gewond dier. Al snel val ik in een diepe slaap. Een half uur later word ik fris en fruitig wakker. Ik eet een ijsje en drink limonade. Nu wil ik graag weer spelen in de huiskamer.

Scroll naar boven