Mijn ouders hebben de nare gewoonte mij zo af ent toe op mijn buik te leggen. Dat moet, zegt de mevrouw van het consultatiebureau. Een baby van mijn leeftijd behoort haar rugspieren te trainen. Uiteindelijk helpt dat bij het rechtop leren zitten, zo is de achterliggende gedachte. Ik vind de buikligging echter een ware marteling. Dat laat ik merken ook; ik huil en schreeuw moord en brand. Dan laat ik mijn hoofd zakken en stop mijn duim in de mond. Ik heb hier zó geen zin in.
Bovendien kan ik allang zelfstandig zitten. Zo zit ik als een volwaardig lid van dit gezin aan tafel te eten. Pim zit naast mij en lepelt ’s ochtends een bord pap bij mij naar binnen. Rond het middaguur hijst mijn moeder mij wederom in de kinderstoel. Ze snijdt de boterham in kleine stukjes. Ik kan die zelf prima in mijn mond stoppen. Ook al wordt het een kliederboel. Aan het eind van de dag zet mijn vader me in de stoel. Als een uitgehongerde wolf stort ik me op het avondmaal.
Overdag breng ik aardig wat tijd door in de peuterstoel van de bakfiets. Mijn moeder moet sinds kort twee kinderen naar school brengen. Gelukkig hoeft de maxi-cosi niet meer mee; ik zit nu gezellig bij mijn broers in de bak. Daarna gaan we meestal nog op pad om boodschappen te doen of naar de treinen te kijken. Dat laatste vindt Bas zó ontzettend leuk. Aan het eind van de middag bevind ik mij wederom zittend in de bakfiets; het gajes moet natuurlijk ook weer naar huis.
Tussen alle bedrijven door zit ik veel op de grond te spelen. MIjn broers gebruiken het gehele vloeroppervlak van de woonkamer voor hun treinen en auto’s. Dat is mooi; ik heb zo veel speelgoed onder handbereik. De rails nodigen mij uit om aan te trekken; het grote stationsgebouw smeekt mij stilletjes hem te slopen. Dan mogen mijn ouders me wel even op de buik leggen. Ik schuif de kamer door in z’n achteruit. Na 5 minuten wil ik weer rechtop zitten. Het uitzicht is zo veel beter.
Als afsluiting van een hectische dag zitten mijn broers en ik vaak op de bank. We kijken samen naar de televisie. Vanuit mijn ooghoeken zie ik Guus een spelletje op de I-pad doen. Ik wil ook met mijn vinger over het scherm bewegen. Dat mag niet; Guus staat op en gaat ver weg van mij zitten. Verveeld trek ik mijn jongste broer aan de haren. Ook hij kiest het hazepad. Pim zit veilig een eindje verderop met de afstandsbediening. Daar zit ik dan weer; dit keer moederziel alleen.
.
