Vuilnisbak

Het is half acht ’s ochtends. Mijn broers en ik zitten aan tafel. Voor mijn neus staat een bord met stukjes brood. Guus zit twee stoelen verderop te genieten van zijn tosti. Bas prikt met zijn vorkje een gebakken eitje weg. Mijn oudste broer zit tegenover me en eet zijn bammetje op. Dan ploft mijn moeder naast mij neer. Op haar bordje liggen eieren met spek. Eigenlijk heb ik daar ook wel heel veel zin in, merk ik. Ik trek aan haar mouw en wijs met mijn vingertje naar mijn mond.

Een uur later neem ik afscheid van mijn oudste twee broers. Ze blijven de hele dag op school. Thuis speel ik nog even met de duplo en de auto’s. Dan zet mijn moeder mij weer in de kinderstoel. Ze voert me een verrukkelijke melange van aardbeien en frambozen. Mijn lievelingsfruit! Zelf nemen Bas en mijn moeder een stukje pure chocolade. Mijn broertje knijpt zijn ogen dicht, zo geniet hij. Ik trek aan de mouw van mijn moeder en wijs met mijn vingertje opnieuw naar mijn mond.

Na mijn middagdutje bevind ik mij wederom aan de eettafel. Mijn moeder smeert boterhammen met smeerkaas en smeerworst voor mij. Met smaak eet ik mijn brood op. Mijn broertje smeert zijn eigen boterham. Hij likt de pindakaas van het mes. Dan staat hij op en laat zich van zijn stoel zakken. Zijn boterham blijft alleen achter op het bordje. Ik trek aan de mouw van mijn moeder en wijs met mijn vingertje naar mijn mond. Mijn moeder begrijpt het en schuift de lekkernij naar mij toe.

Aan het eind van de middag zet mijn moeder de borden weer op tafel. Het belletje van de oven geeft aan dat het etenstijd is. Mijn moeder serveert ovenheerlijk vissticks. Ik kan niet wachten en steek de loeihete visstick in mijn mond. De broccoli laat zich niet zo makkelijk oppakken maar ik geef niet snel op. Ondertussen laat mijn moeder mij een ander soort visje proeven. Dat smaakt naar meer. Ik trek aan de mouw van mijn moeder en wijs met mijn vingertje naar mijn mond.

Ik eet dus graag (veel). Het is dan ook nauwelijks voor te stellen dat mijn broers alledrie geen goede eters zijn. Iedere ochtend, iedere avond wordt ons culinair samenzijn ernstig verstoord door ongeregeldheden. Ik word daar heel onrustig van. De tranen stromen over mijn wangen en ik gil als een keukenmeid. Tot ik de gehaktballetjes op het bord van mijn moeder zie liggen. Die lust ik ook wel. Ik trek aan haar mouw en wijs met mijn vingertje naar mijn mond. Hup in de vuilnisbak ermee!

Scroll naar boven