Welterusten

Mijn besluit om ’s middags niet meer te dutten, is geen doorslaand succes. Ik ben moe. Heel moe. De hele dag hang ik aan de rok van mijn moeder. Ik mopper en huil. Mocht een van mijn broers proberen mij op te vrolijken, krijgt hij een oplawaai. Zo af en toe ben ik over mijn vermoeidheid heen. Ik laat de rok dan los en ren achter Bas aan. Helaas val ik over mijn eigen beentjes. Die zijn namelijk ook erg moe. Net zoals mijn ouders. Plannen voor leuke uitstapjes zet mijn moeder daarom tijdelijk in de ijskast.

Vanochtend gaan we op pad om een nieuwe douche te kopen. De bak van de oude vertoont namelijk scheuren. Mijn vader snoert mij en mijn broertje vast in de autostoelen. Dan loopt hij de tuin weer in. Hij verzamelt ons afgedankt en kapot buitenspeelgoed om het bij de gemeentelijke stortplaats af te geven. Het is warm buiten. Ik voel de vermoeidheid zich meester van mijn lichaampje maken. Geheel tegen mijn gewoonte in besluit ik daarom mijn oogjes te sluiten nog voordat mijn vader de motor van de auto start.

Die middag bivakkeren ik we op de kamer van Bas. Hij speelt met zijn brandweercentrale van lego-stenen. Ik bekijk samen met mijn moeder het grote plaatjesboek. Opeens staat Bas naast ons. Mijn moeder pakt mijn broertje en kietelt hem. Gillend als een keukenmeid rent hij naar de slaapkamer van mijn ouders. Mijn moeder en ik rennen achter hem aan. We hebben de grootste lol. Dan ga ik op de vloer liggen. Ik stop mijn duim in de mond en draai krulletjes in mijn haar. Even vallen mijn oogjes dicht.

Op weg naar de supermarkt val ik in slaap. Mijn moeder haalt mij uit het fietsstoeltje, Mijn oogjes gaan heel even een stukje open en ik mompel een paar vage woorden. Mijn moeder duwt mij stevig tegen haar aan. Gelukkig is ze een alleskunner. Met haar vrije hand bestuurt ze de winkelwagen en hengelt een croissantje uit de bak voor Bas. Een tiental minuten later staan we weer buiten. Bas klimt zelf in de bakfiets. Mij zet mijn moeder terug in het stoeltje. Ongestoord slaap ik verder op weg naar school.

Thuis deponeert mijn moeder mij op de bank. Dat zint me niet. Woest ren ik achter haar aan. Mijn moeder negeert me. Ondertussen helpt ze mijn jongste broer met zijn schoenen. Op haar knieƫn zit ze voorovergebogen op de grond. Dat brengt me op een idee. Ik stop mijn duim in de mond en leg mijn hoofd op haar rug te rusten. Resoluut pakt mijn moeder me op en brengt me naar boven. Eenmaal in bed stop ik tevreden de duim in mijn mond en draai me om mijn zij. Dat ik dit niet veel eerder heb gedaan.

Scroll naar boven