Te vroeg op de ochtend word ik wakker. Mijn vader haalt mij uit bed en verschoont mijn billen. Dan trekt hij mij een kekke outfit aan. Beneden neem ik plaats aan tafel. Mijn broertjes laten het hun ondertussen goed smaken. In de keuken bakt mijn moeder een ei voor mij. Ik begin alvast met een stukje tosti dat Bas niet meer hoeft. Daarna eigen ik me een bakje frambozen toe. Ik sla een glas versgeperste sinaasappelsap in een teug achterover. Na mijn ei heb ik nog honger. Ik neem een snee brood tot besluit.
Een uurtje later zit ik achterop de bakfiets. Mijn broertjes zetten we af bij school. Dan ga ik samen met Bas en mijn moeder boodschappen doen. Traditiegetrouw krijg ik in de winkel een croissant van mijn moeder. Nog geen twee meter verderop staat een mandje met stukjes cake erin. Mijn moeder vraagt of ik deze heerlijkheid wil proeven. Ik neem niet één maar twee stukken. Nog geen half uur later zijn we thuis. Jammerend hang ik tegen de trapkast aan en eis -niet zonder succes- een koekje van mijn vader.
Rond het middaguur is het wederom etenstijd. Voor mijn neus staat een kop dampende groentesoep. Ter garnering dobberen er een handvol soepballetjes rond. Ik laat het me goed smaken. Mijn broertje geniet ook zichtbaar van de lunch. Mijn twee arme broers moeten het doen met boterhammen die sinds vanochtend al in de lunchtrommel liggen. Eigenlijk heb ik nog wel ruimte voor een tweede lunch. Uit de broodzak vis ik een snee. Met een mes lepel ik de smeerkaas op en snoep van het gouden goedje.
Aan het eind van de middag zitten we allemaal weer gezellig aan tafel. Soms hebben we een gast. Of zelfs twee. Mijn moeder haalt de snoepdoos tevoorschijn. Eerst zijn de gasten aan de beurt. Zijn die er niet, dan gaan dames voor de heren. Ik kies een lekker chocolaatje of een zakje met goudbeertjes. Even later trek ik de deur van de vriezer open. Het is warm buiten en ik heb waanzinnig veel trek in een ijsje. Mijn broertjes staan al snel naast mij en scanderen om ijs. Mijn moeder kan het ons niet meer weigeren.
Een tweetal uren later dekt mijn moeder de tafel. Op het vuur pruttelt ondertussen de spaghettisaus. Ik klim op mijn stoel en neem het bestek ter hand. Mijn broertjes slaan massaal op de vlucht als ze horen wat we te eten krijgen. Dat begrijp ik niet; lekker veel groente en een beetje vlees in een rode smurrie. Met mijn handen graai ik in mijn kom. Mijn lepel ligt inmiddels op de grond. Binnen een paar minuten is mijn kom leeg en mijn wangzakken vol. Met volle mond maan ik mijn moeder; ik lust nog meer!
